Hoop voor de gekken van Leros.
Artikel uit Trouw 24 februari 1990 door Ingeborg Beugel.
Op de boot naar het eilandje Leros, twaalf uur varen vanaf Athene, worden we bijna vijandig behandeld. "Alweer zo'n duo dat de wereld gaat vertellen hoe vreselijk we zijn", bijt een Lerioot ons toe. Hij blijkt de plaatselijke groenteman te zijn over wie we later vernemen dat bij z'n stukken meloen In de zomer voor veertig drachmen op straat verkoopt en in de plaatselijke gekkenkliniek voor zeventig. In het hotel worden we ronduit uitgelachen. Zijn jullie niet wat laat? Iedereen Is al geweest hoort" Als we uitleggen dat we juist expres nu komen om te zien of er iets is veranderd, Is het dolle pret. Hoe kunnen we zo dom zijn? Want iedereen weet toch dat op Leros altijd alles hetzelfde blijft?
Leros. Een beeldschoon Grieks eiland, het kleinste van de Dodekanezen, vlak bij Turkije en het veel bekendere eiland Kos. Tussen 1912 en 1945 bezet door de Italianen, wier dictator Mussolini het eiland vulde met vreemde gebouwen. Na de oorlog stuurden de zesduizend bewoners een smeekbrief naar de toenmalige koning Pavlos, met een verzoek de ingestorte economie op te vijzelen.
De koning besloot om een 'koninklijke technische. en huishoudschool' op Leros te stichten, want al die gebouwen van Mussolini stonden toch maar leeg. Maar wat moesten de Lerioten met zestig schoenmakers, zeventig timmermannen, vijftig loodgieters en tientallen koninklijk in de huishouding opgeleide dames? De scholen gingen weer dicht. Er ging een tweede petitie naar het paleis. In 1957 werd, alweer door een koninklijke beslissing, de 'Psychiatrische Staatsinrichting van Leros' in het leven geroepen.
Alle bestaande inrichtingen in Griekenland werden verzocht om patinten naar Leros te sturen. Dat lieten ze zich geen twee keer zeggen. De zwaarste gevallen, degenen die 'ongeneesbaar' werden geacht, die het etiket 'hopeloos geval' opgeplakt hadden gekregen werden geselecteerd en per schip naar Leros getransporteerd. Binnen een paar jaar ontstond er een getto van meer dan tweeduizend zwakzinnigen, schizofrenen, psychiatrische patinten en debiele epileptici. Mannen, vrouwen en kinderen die meestal geen familie meer hadden en die de overige inrichtingen liever kwijt dan rijk waren. Er werd een speciale regeling getroffen waardoor de eilandbewoners zonder enige medische opleiding als 'schoonmaker' of als 'bewaker' binnen de kliniek de rol van verpleegkundige konden vervullen. "Zoals we vroeger geiten hoedden, zo hoeden we nu gekkenÓ, zeiden ze zelf.
Sindsdien is het eiland voor meer dan zeventig procent economisch afhankelijk van de inrichting. Van de zesduizend bewoners werken er duizend in de kliniek. Volgens een recente studie is Leros wat scholing betreft een van de meest achtergebleven streken van Griekenland. De meeste jongeren maken nauwelijks de middelbare school af. Ze weten dat ze In het 'gekkenhuis' terecht kunnen. Toerisme, zoals op de andere eilanden, is er nauwelijks.
Nationale vuilnisbelt
Het bestuur van de inrichting is, zoals in alle Griekse staatsinstellingen, politiek benoemd. De voorzitter is machtiger dan de plaatselijke burgemeester ‑ de gemeente heeft immers veel min. der werknemers dan de inrichting en de positie van bestuurslid gaat met grote politieke en economische belangen gepaard. Politici van rechts en van links kunnen slechts op een carrire hopen als ze hun electoraat van n ding verzekeren: het voortbestaan van de inrichting. Sluiting van de kliniek of alleen al verandering is ketterij. Zelfs wanneer met verandering verbetering wordt bedoeld. De angst bij veel Lerioten dat ze hun bron van inkomsten zullen verliezen is groot.
Aldus geraakte Leros met haar kolonie van sociaal verdoemden in vergetelheid. Voor de Lerioten is dat niets nieuws. De eilandbewoners zeggen zelf dat ze altijd door iedereen en alles vergeten zijn 'omdat ze zo ver weg van God en Athene wonen'. Aangezien Leros bekend staat als 'nationale psychiatrische vuilnisbelt' wil geen enkele Griek er eigenlijk aan herinnerd worden. Iedereen is immers medeplichtig: de plaatselijke b bevolking, hoewel de Lerioten altijd zeggen dat het hun schuld niet is; de toenmalige psychiaters die verantwoordelijk waren voor de gekkenverbanning; de politici die hun gevoel voor ethiek in de verkiezingsstrijd altijd weer wisten te onderdrukken; de Griekse ministers van gezondheid die door de jaren heen niets aan de algehele psychiatrische hulpverlening en medische wetgeving van hun land gedaan hebben gekken weinig gelegen liggen. Totdat vorig jaar september de Engels krant 'Observer' stuitende foto's publiceerde van spiernaakte zwakzinnigen in volkomen verwaarloosde en lege ruimtes. De koppen logen er niet om: 'Grieks geestelijk gehandicapten in concentratiekamp op eiland' en 'Eiland van de levende doden'. Dertienhonderd debielen bij elkaar opgesloten, van wie velen op gore matrassen in hun eigen uitwerpselen lagen, voor wie slechts twee psychiaters beschikbaar waren.
De wereldpers stortte zich op het onderwerp. Stomverbaasd zagen de lerioten een eindeloze rij journalisten, fotografen en cameramensen aan zich voorbij gaan.
Twee Nederlanders, de psychiatrisch verpleegkundige Gerard Vincken en psychiater Frenk Peeters, beiden verbonden aan het psychiatrische centrum Vijverval te Maastricht, kwamen in de problemen. Vooruitlopend op het Europese hulpproject waren ze al op Leros aan het werk getogen. De Grieken verweten de twee dat ze in interviews de vuile was buiten hingen, bovendien zouden ze 'stiekem' de Observer‑journalisten de kliniek hebben binnengehaald. Ze zouden 'in hun eentje met de eer strijken' en zich als 'de redders van Leros' gedragen. Terwijl ze eigenlijk samenwerkten met een Griekse groep vrijwilligers van het Psychiatrische Ziekenhuis van Thessaloniki.
Mevrouw de dokter
Mevrouw Kepi Karanikola is de enige psychiater voor 350 vrouwelijke zwakzinnigen. Haar territorium bevindt zich in het dorp Laki, niet ver van het administratiegebouw van de inrichting. Het terrein is omgeven door ijzeren hekken met dik kippengaas. Zwakzinnige vrouwen koesteren zich in de warme winterzon en lijken volkomen ongenteresseerd in de nieuwkomers. Een paar strekken hun armen naar ons uit en vragen om sigaret. ten. En dame, Maria, wijst ons het kantoor van 'mevrouw de dokter' en roept dat ze 35 kinderen heeft en dat haar man haar morgen komt halen omdat ze alweer zwanger is. Ze is de eerste, na diverse onjuiste verwijzingen van de portier, die ons de goede wegwijst.
Karanikola is een strenge, maar opgewonden verschijning. Ze zit in een kaal kantoor met summiere verlichting en een kachel die het niet doet achter een bureau vol paperassen. Ze schreeuwt voortdurend door de telefoon die om de haver. klap rinkelt. Als ze ons ziet wijst ze onmiddellijk naar de deur. Van de pers wil ze niets weten. Allemaal leugenaars. Waarom kafferen ze altijd de Lerioten en in het bijzonder hr uit? Het is toch niet hr schuld? "Hoe kan ik in godsnaam m'n werk doen?" foetert ze. Ik zit hier al dertig jaar. Ik weet er alles van. Ik kan al jaren lang geen behoorlijke diagnose maken want ze schepen me op met bureaucratische rompslomp. Tonnen papier naar Athene en terug. Mijn patinten hebben geen deugdelijke bedden om op te sla. pen. Waarom? Omdat ik toestemming moet hebben van het ministerie om nieuwe bedden te kopen. Dat gaat niet zomaar. Dan moet er een wedstrijd in hl Griekenland gehouden worden voor wie de goedkoopste maar ook de beste bedden aanbiedt. Dan moet een commissie van het ministerie die aanbiedingen bestuderen. Voordat er een beslissing komt gaat er minstens een jaar voorbij. Dan gaan de vakbonden van beddenmakers staken. omdat ze het niet eens zijn met de beslissing en dan gaat er weer een jaar voorbij. En ondertussen schrijven jullie in de krant dat de gekken in Leros op zulke slechte bedden slapen.
Er komen verschillende patinten binnen die rustig gaan zitten en zelfs om koffie vragen totdat Karanikola ze er allemaal uitdondert, dreigend dat ze de kachel naar hun hoofd zal gooien, want die is toch al kapot. Ik ben veel te democratisch‑, verzucht ze, "daarom komt iedereen zomaar bij me binnenlopen. Wat moet ik ook? Ik heb totaal geen personeel. Niemand wil in Leros komen werken. Afgestudeerde verpleegkundigen en artsen zitten liever in Athene of in Thessaloniki of waar dan ook op hun gat in een dure priv‑kliniek. En waarom niet? Met het rotsalaris dat de Griekse staat in inrichtingen als deze betaalt? Het is dat ik hier getrouwd ben. Anders was ik ook al lang weg. Het is allemaal de schuld van de bureaucratie. Laat ze maar een wet maken dat er hier beter betaald moet worden. Dan zal je zien hoeveel dokters er bier opeens zijn." Het is allemaal de schuld van de Pasok (de socialistische partij van Papandreou), die tijdens het achtjarige bewind heel Griekenland naar de knoppen zou hebben geholpen. je zouden hier met Papandreou moeten doen wat ze in Roemeni met Ceausescu gedaan hebben", roept Karanikola terwijl we proberen de deur te bereiken. "Sinds de Pasok werken de Grieken niet meer. Ze hebben nergens meer respect voor." Over met welk soort medicijnen ze haar patinten behandelt hebben we het maar niet meer. Vanuit het roept ze ons na: "Hitler was zo gek nog niet. Dat is wat we hier nodig hebben, Hitler. Als ie hier zolang zit als ik, word je net zo gek als de rest." We twijfelen er niet aan.
In de vrouwenkliniek is er, alweer in afwachting van het beloofde EG-project, volgens Karanikola 'een experiment' gaande. Twee Nederlandse psychiatrische verpleegkundigen, de opvolgers van Vincken en Peeters, hebben negen vrouwen uit het meest verschrikkelijke paviljoen van de vrouwenkliniek gehaald: uit het beruchte Tweede. De twee struise, blonde no‑nonsense‑dames, Irma van Dongen en Roze van Kessel, willen na de onaangename ervaringen van hun voorgangers eigenlijk liever niet praten. Ze zijn voorzichtig. Ze willen vooral gewoon hun werk doen. De pers brengt maar narigheid en misverstanden. Na een tijdje trekken ze bij. Irma is net gearriveerd, Roza zit er al langer. Ze heeft haar hart aan Leros verpand. Roze vertelt hoe ze eind vorige zomer met veel pijn en moeite een leegstaand huis binnen de kliniek voor het 'experiment' konden bemachtigen. Ze kregen de benedenverdieping. Het duimde maanden voordat de boel geverfd was en er elektriciteit, een boiler en een badkamer waren.
Mysterieus
Roze: Met is heel mysterieus. Je kan nooit de mensen vinden die je nodig hebt voor de eenvoudigste dingen als keukengerei of spijkers. En het is nooit iemands fout. Maar we moeten doorzetten. Als je hier een tijdje bent word je heel simpel: als we eindelijk stromend water of nieuwe theekopjes krijgen staan we te dansen van vreugde." Kachels en bedden hebben ze nog niet, maar intussen is het nieuwe huis genoeg opgeknapt om de negen uitverkoren dames tenminste 's ochtends, van negen tot twaalf, uit het Tweede te halen. Ze worden bijgestaan door een paar personeelsleden van Leros die interesse hebben getoond voor het werken met zwakzinnigen op een andere manier.
Sinds kort werken Irma en Roza samen met een jonge Griekse psychiater, Domna Tsaklakidou. Domna: in het begin werd ons gezegd dat die 57 vrouwen uit het Tweede stuk voor stuk hopeloze gevallen waren. Het waren beesten, die niet naar het toilet wilden en die nu eenmaal naakt waren omdat co toch altijd de kleren van hun lijf scheurden. Roze en haar collega hadden de vreselijke opdracht om uit die mam naakte lichamen naar willekeur een paar vrouwen te kiezen. Criteria waren er niet. Toen ik kwam hadden ze het meeste werk al gedaan. Diezelfde beesten zijn nu normale zwakzinnigen. We kleden ze aan, we zingen, praten, tekenen en borduren met ze. Ens in de week gaan we koffie met ze drinken in het dorp. Of de plaatselijke bevolking het nu leuk vindt of niet. Heel af en toe plast er nog wel eens eentje in haar broek. Maar wat wil je na tien jaar of meer in het Tweede!'
Pen
Het wachten is op de bedden, zodat de negen dames ook in het nieuwe pand kunnen slapen en nooit meer terug hoeven naar het Tweede. Roza: "Het is nu al bewezen dat het dus wel anders kan dat met een andere benadering, met meer tijd voor persoonlijk contact en een intensievere verzorging van 'mensonwaardige' wezens weer mensen gemaakt kunnen worden. Mensen die reageren, die lachen of huilen. Een vrouw van ons heeft na twintig jaar in haar nakie in het pen gepakt. Ze bleek te kunnen schrijven. Nu schrijft ze iedere dag een verhaal."
Domna, Irma en Roze staan er op dat we het Tweede even zien. "Anders kan je niet begrijpen wat we hier doen." Eenmaal binnen worden de gruwelijke foto's van de Observer werkelijkheid. Het verschil tussen de vrouwen die hier wezenloos rondlopen en de vrouwen die we net daarvoor in het nieuwe huis hebben gezien 'is ongelooflijk. Er wordt een hok voor ons opengemaakt, binnen zit een tiental lichamen gehurkt tegen elkaar op vochtige dekens nerveus te wiebelen. Ze kunnen niet goed lopen, vandaar dat ze hier zitten, wordt t ons gezegd. Een spichtig wezentje schrik zo van ons dat ze van de weerom. stuit begint te poepen. Als ik na een tijdje aan de zuster die naast me staat vraag of ze dat nu niet gaat schoonmaken, zegt die dat ze vanochtend al heeft staan schrobben en dat de volgende wacht de rotzooi maar moet opruimen.
"Kijk", zegt ze, ,,ik ben van de Pasok. Ik werk al zeven jaar hier. Ik zat vroeger altijd op een heel fatsoenlijk paviljoen. Maar na de afgelopen verkiezingen is de bestuursraad van het ziekenhuis hier veranderd van Pasok in Nea Democratie (de Griekse conservatieve partij, red.). Toen hebben ze iedereen die links was uit de goede paviljoens gehaald en in de rottigste gezet. Ik zit hier voor straf. Ik steek geen poot meer uit."
Roza: "Onze taak is behalve het werken met onze patinten ook het opleiden van het personeel hier. En dan krijg je direct met dit soort problemen te maken. Typisch Grieks. Alles is politiek. Vooral in Leros. Ons kan het niets schelen of iemand links of rechts is. Ons uiteindelijke doel is dat ooit alle vrouwen uit het Tweede weg gaan. Ondertussen moeten we in de huidige situatie het hoofd boven water zien te houden. Maar dat EG‑project moet wel gauw komen, anders redden we het niet."
Drie kilometer verder, aan de andere kant van de baai, ligt Lepida. De mannenkliniek. De jonge psychiater Iannis loukas heeft de verantwoordelijkheid over 760 patinten. Hij werkt er pas twee jaar en sinds zijn komst is er veel veranderd. Hij heeft een team van over het algemeen jonge ongeschoolde verpleegkundigen van Leros om zich heen geschaard en is begonnen op grote schaal de boel te veranderen, Bureaucratie of niet. Loukas is klein en gezet. Boven een dikke Griekse snor lachen een paar intelligente ogen. Hij is op, een verlegen manier beslist charmant en er, hangt een bijzondere sfeer rond de man. De leden van zijn team lijken voor hem door het vuur te gaan. De patinten ook. Als hij ons rondleidt door het Elfde paviljoen, het grootste van de mannenkliniek met zo'n driehonderd patinten, snellen ze op hem toe om hem te knuffelen., Zonder enige moeite deelt hij liefkozingen en schouderklopjes uit. Loukas vertelt honderd uit: over zijn strijd om de bewakers er toe over te halen om de autoritaire, witte jas uit te doen, over zijn strijd om het' medicijngebruik te minderen en om voor anderen vergunning te krijgen om overdag de kliniek te kunnen verlaten. Over het opknappen van de;,verdiepingen, stukje bij beetje, over de nieuwe,' wc's, over de nieuwe tafels en het nieuwe plas‑ tic servies waar hij anderhalf jaar op gewacht heeft. "Het is ontzettend moeilijk om de mentaliteit van het personeel hier te veranderen. Angst is het grootste obstakel. Angst voor het onbekende, voor 'iets anders'. De mensen moeten hier opgeleid worden met onbegrijpelijke vol dure woorden als 'subjectieve ongesteldheid' of 'objectieve diagnose criteria', zoals sommige hoge heren uit Athene hier komen vertellen. De meeste mensen die hier werken kunnen nauwelijks lezen en schrijven. Het gaat er om dat je zo iemand bij de hand neemt en zegt Kijk, dit is een patint, geen beest. En jij bent m' om hem te helpen."
Machtsspelletjes
Het meest indrukwekkende is het werk van Loukas en zijn medewerkers in het Zestiende. Wat het Tweede is bij de vrouwen is het Zestiende bij de mannen. Afgelopen zomer waren hier nog 133 mannen in de meest mensonterende levensomstandigheden. Nu is dat aantal gehalveerd alleen op de eerste verdieping. De begane grond is geheel opgeknapt en er wordt gewerkt met, patinten die 'van boven' komen. Als ze eenmaal goed genoeg zijn, gaan ze naar een ander paviljoen. Het was de bedoeling dat Loukas in korte tijd het Zestiende zou sluiten. Maar sinds de collega's van Thessaloniki zijn vertrokken en het EG‑project op zich laat wachten stagneert de hele zaak. Het personeel kan de veel te zware dag‑ en nachtdiensten bijna niet meer aan.
Loukas: je kan je kop erover breken waarom sommige dingen niet gewoon gebeuren. Politieke machtsspelletjes, sabotage, bureaucratie, die vind je overal. Alleen in Leros krijgt zoiets dan catastrofale proporties." Het oponthoud van het EG‑project zou deels te wijten zijn aan tegenwerking van de gevestigde psychiatrie in het land. Het gerucht gaat zelfs dat die beroepsgroep de minister van gezondheid heeft overgehaald het. project definitief niet goed te keuren.
Loukas: "Niets is in Griekenland zeker. Maar als het waar is, is het een ramp. Soms vraag ik me af of het niet beter is om maar helemaal niets te doen. Nu hebben we ze hoop gegeven en moeten we die hoop misschien weer wegnemen,", Het is niet duidelijk of hij het over zichzelf en zijn medewerkers heeft of over zijn patinten.